Toelichting op de exploitatierekening

Toelichting op de exploitatierekening

9.  Omzet

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Heffingen en-route

277.787

200.662

Heffingen terminal

113.559

85.616

Heffingen NSAA

3.155

2.902

Totaal

394.501

289.180

De omzet wordt ieder jaar berekend op basis van de gefactureerde service units/vluchten en het LVNL-tarief in de heffingszones en-route, terminal en NSAA.

De basis voor de facturatie en bepaling van het tarief ligt in internationale wet- en regelgeving. Een gebruiker van het luchtruim is verplicht luchtverkeersdienstverlening af te nemen en hiervoor een vergoeding te betalen. De gebruiker wordt gefactureerd op basis van de werkelijk gevlogen route en daarmee het gebruik van het luchtruim. Jaarlijks wordt voor elke heffingszone een nationaal tarief per dienstverleningseenheid (service unit) bepaald. De kostengrondslag voor de verschillende heffingszones bestaat uit de kosten van verschillende dienstverleners, waarvan LVNL er één is. Andere dienstverleners zijn het KNMI, voor alle heffingszones, en MUAC, EUROCONTROL en NSA voor de en-route heffingszone. De nationale tarieven worden jaarlijks gepubliceerd in de Staatscourant. De facturatie vindt plaats tegen het tarief zoals gepubliceerd in de Staatscourant. Het tarief en-route is vastgesteld door de Statenvertegenwoordigers in de Uitgebreide Commissie van EUROCONTROL. Het tarief van de heffingszones terminal en NSAA is vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

In de hier verantwoorde omzet wordt enkel het LVNL-deel in de nationale tarieven verantwoord. Het LVNL‐tarief voor en-route was in het verslagjaar 95,28 euro (2024: 66,35 euro). Voor de terminal heffingszone was het tarief 282,14 euro (2024: 217,64 euro). Voor NSAA was het tarief 336,12 euro (2024: 314,12 euro).

De opbrengst wordt verantwoord op het moment dat de prestatie door LVNL wordt geleverd aan de gebruiker.

Nederland heeft de facturatie en inning van de en-route heffingen, uit hoofde van internationale overeenkomsten, belegd bij het Central Route Charges Office (CRCO) van EUROCONTROL. LVNL heeft de inning van de terminal heffingen eveneens uitbesteed aan het CRCO. De facturatie en inning voor NSAA wordt door LVNL zelf verricht.

Op basis van Europese wet- en regelgeving zijn bepaalde vluchten - waaronder VFR-verkeer - vrijgesteld van heffingen. Als gevolg van deze regelgeving moet de overheid ervoor zorgen dat LVNL, KNMI en NSA worden terugbetaald voor de diensten die zij voor vrijgestelde vluchten verlenen. De Nederlandse overheid heeft ervoor gekozen deze terugbetaling vanuit verrekening EUROCONTROL te laten plaatsvinden.

10.  Overige opbrengsten

De stijging van de opbrengsten uit de verrekening met Defensie komt doordat in 2025 extra medewerkers zijn aangenomen vooruitlopend op de integratie één Air Traffic Management-organisatie (1ATM). Daarnaast is de doorbelasting van de colocatie in het kader van de voorbereidingen op 1ATM gestegen omdat er meer activiteiten voor Defensie zijn uitgevoerd. De diverse opbrengsten omvatten uiteenlopende vormen van dienstverlening, zoals het onderhoud van apparatuur voor externe partijen, het doorrekenen van geleverde diensten aan derden en het verhuren van ruimtes aan andere organisaties. Bij al deze activiteiten gaat het om het leveren van diensten. LVNL verantwoordt de opbrengsten zodra de dienst daadwerkelijk is geleverd.

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Verrekening Defensie

15.545

11.726

Diverse opbrengsten

3.379

3.885

Verrekening Eurocontrol

6.369

5.812

Subsidies / bijdragen derden

1.825

5.894

Totaal

27.118

27.317

De verrekeningen EUROCONTROL betreffen de verrekeningen van de Nederlandse contributiebijdragen aan zowel de centrale EUROCONTROL organisatie als MUAC, de verkeersvolume- en kostenrisico’s van MUAC en het gedeelte van het FABEC capacity incentive scheme dat voor rekening van MUAC komt. Met het ministerie is afgesproken dat LVNL vanuit deze verrekening de uitgaven voor de vrijgestelde vluchten en VFR-verkeer bekostigt. Over het resterende bedrag, het zogenoemde vrij besteedbare deel, maakt LVNL afspraken met het ministerie. In 2025 heeft het ministerie aangegeven een deel van de verrekeningen EUROCONTROL te willen gebruiken voor het dekken van een aantal kostenposten voor de luchtverkeersdienstverlening op Bonaire en de Airspace management cell bij MUAC. Verder wordt de verrekening gebruikt voor een bijdrage aan het solidariteitsfonds dat is opgericht in verband met de oorlog in Oekraïne. Voor verdere informatie: zie toelichting 30 Gerelateerde partijen.

Subsidies / bijdragen derden bestaan voor 1,0 miljoen euro uit subsidies verkregen in het kader van investeringssubsidies vanuit het infrastructuurfonds Connecting Europe Facility for Transport (CEF Transport) en vanuit het Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). Deze laatste subsidies worden verstrekt door de European Climate, Infrastructure & Environment Executive Agency (CINEA). De in 2025 en 2024 verantwoorde subsidiebedragen betreffen subsidiegelden voor gemaakte exploitatiekosten van LVNL in deze projecten, dan wel compensatie van de afschrijvingskosten voor de reeds in gebruik genomen activa.

De Europese Commissie kan tot vijf jaar na afronding van het project een audit uitvoeren op de ingediende declaraties (juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van onder andere aanbestedingstrajecten en of kosten in de juiste periode verantwoord zijn).

Naast de vrijval voor CINEA subsidies bestaan subsidies/bijdragen derden uit:

  • Een vrijval van een door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verstrekte subsidie om de impact van onbemande luchtvaart te verkennen (150 duizend euro vrijval).

  • Een vrijval van een door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verstrekte subsidie ter verbetering van de informatiehuishouding (73 duizend euro vrijval).

  • Een vrijval van een door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verstrekte subsidie voor de realisatie van het Common Information Service (CIS) Provider (409 duizend euro vrijval).

  • Een vrijval van een door Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Productie Associatie (NOGEPA) verstrekte subsidie ter verbetering van de radardekking op de Noordzee (150 duizend euro vrijval).

11.  Personeelskosten

Op totaalniveau zijn de personeelskosten gestegen ten opzichte van voorgaand jaar. In 2025 heeft een cao-verhoging plaatsgevonden conform de cao-afspraken van 1,25 % per januari voor niet-operationeel personeel en 1,75% per januari operationeel personeel. Per 1 juli 2025 heeft een prijscompensatie van 3,7% voor zowel niet-operationeel als operationeel personeel plaatsgevonden. Per saldo is daarmee sprake van hogere gemiddelde kosten per medewerker. De kosten voor andere lange termijn personeelsbeloningen zijn gedaald door een lagere dotatie aan de voorziening voor toekomstige uitkeringen van ambtsjubilea. De overige personeelskosten zijn gestegen doordat in 2025 sprake was van hogere kosten voor langdurig zieken en reiskosten ten opzichte van 2024.

Korte termijn personeelsbeloningen

De sociale lasten zijn met name gestegen door een stijging van het maximum premieloon 2025 ten opzichte van 2024 (5,9%), een stijging van het aantal fte en stijging van de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering.

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Korte termijn personeelsbeloningen

182.451

166.692

Vergoedingen na uitdiensttreding

46.494

42.267

Andere lange termijn personeelsbeloningen

474

1.135

Overige personeelskosten

8.178

7.626

Totaal

237.597

217.720

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Salarissen

164.885

151.231

Sociale lasten

17.567

15.461

Totaal

182.452

166.692

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Pensioenlasten

21.448

20.512

Pensioenlasten FLNA/IKV uit lopende exploitatie

25.046

21.755

Totaal

46.494

42.267

Vergoedingen na uitdiensttreding

De vergoedingen na uitdiensttreding bestaan uit de:

  • Af te dragen pensioenpremie aan het ABP voor actieve en niet-actieve personeelsleden.

  • Vergoedingen die LVNL betaalt aan de FLNA/IKV-gerechtigden die in het boekjaar gebruikmaken van de FLNA/IKV-regeling (niet-actief personeel) voor zover deze rechten niet zijn afgefinancierd.

De reguliere pensioenlasten zijn gestegen door een stijging van het aantal medewerkers en de gestegen lonen. De pensioenpremie is in 2025 gelijk gebleven aan 2024, namelijk 27,0%.
 De pensioenkosten voor FLNA/IKV zijn met 3,3 miljoen euro gestegen doordat er meer mensen gebruik maken van de FLNA/IKV-regeling ten opzichte van voorgaand jaar en het effect van de cao-stijgingen.

De dekkingsgraad en grondslag van het ABP zijn vermeld in onderstaande tabel:

ABP

2025

2024

Dekkingsgraad

123,5%

111,9%

Grondslag

actuele marktrente

actuele marktrente

Peildatum

31-12-2025

31-12-2024

De dekkingsgraad van het ABP is gestegen.

Andere lange termijn personeelsbeloningen

Onder de andere lange termijn personeelsbeloningen worden de kosten voor de ambtsjubileumuitkeringen verantwoord. De kosten bestaan uit de dotatie aan de voorziening gratificatie bij ambtsjubilea als gevolg van de loonontwikkeling voor de komende jaren (-0,3 miljoen euro), de kosten voor de reguliere opbouw van de voorziening (1,7 miljoen euro), door de stijging van de disconteringsvoet (-1,4 miljoen euro) en stijging van het percentage van de fiscale eindheffing (1,1 miljoen). Per saldo is ultimo 2025 sprake van een dotatie van 1,2 miljoen euro. Hiervan wordt 0,8 miljoen euro onder de rentelasten verantwoord. Voor een verdere toelichting zie toelichting 23 Verplichtingen inzake personeelsbeloningen.

Bezetting ultimo 2025

Het aantal actieve medewerkers van LVNL bedroeg op 31 december 2025, op basis van fulltime equivalenten (38 uur) 1.201 fte (2024: 1.161 fte). Het totaal aantal medewerkers inclusief FLNA/IKV, in opleiding en overig bedroeg 1.391 fte (2024: 1.343 fte). Er zijn 29 FTE werknemers werkzaam buiten Nederland (2024: 37 fte). Dit betreffen leerlingen die een deel van de opleiding tot verkeersleider in Kopenhagen volgen en daar woonachtig zijn gedurende die periode.

12.  Afschrijvingen

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Materiële vaste activa

26.817

26.524

Gebruiksrechten

6.005

4.221

Totaal

32.822

30.745

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Gebouwen en terreinen

3.210

3.161

Verkeersleidingsapparatuur

16.197

14.205

Overige bedrijfsmiddelen

7.027

6.421

Subtotaal

26.434

23.787

Bijzondere waardevermindering activa in aanbouw

-

3.518

Buitengebruikstellingen

383

-781

Totaal

26.817

26.524

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Gebruiksrechten gebouwen en terreinen

2.993

2.831

Gebruiksrechten overige bedrijfsmiddelen

3.012

1.390

Totaal

6.005

4.221

De bijzondere waardevermindering in 2024 is volledig toe te schrijven aan de afwaardering van activa in aanbouw voor het project Centralised Based. In 2025 hebben zich geen bijzondere waardeverminderingen voorgedaan.

13.  Algemene kosten

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Inhuur personeel

20.525

24.487

Onderhoudskosten

14.838

14.372

Overige personeelskosten

10.385

9.284

Huisvestingskosten

8.016

8.843

Gebruiksrechten

7.801

6.485

Accountants- en advieskosten

3.178

3.422

Onderzoek, ontwikkelkosten en projectkosten

2.610

3.745

Kantoorkosten

2.485

2.413

Reis- en verblijfskosten

2.362

2.658

Verzekeringskosten

2.208

2.240

Meetkosten VKL apparatuur

360

364

Wagenpark

220

253

Overige algemene kosten

-235

78

Totaal

74.752

78.644

De algemene kosten zijn 3,9 miljoen euro gedaald ten opzichte van voorgaand jaar.

De grootste dalingen binnen de algemene kosten zijn zichtbaar bij de inhuur van personeel (4,0 miljoen euro), doordat inhuur is omgezet naar vaste dienstverbanden. Daarnaast zijn de reis- en verblijfskosten met 0,3 miljoen euro afgenomen als gevolg van minder dienstreizen, en zijn de projectkosten met 1,1 miljoen euro gedaald door een verminderd aantal projecten. Daarentegen is er een toename van 1,1 miljoen euro bij de overige personeelskosten, wat vooral het gevolg is van hogere opleidingskosten voor operationeel personeel. Het toegenomen aantal leerlingen in opleiding speelt hierbij een grote rol.

De accountantskosten onder de post accountants- en advieskosten bedragen in 2025 364 duizend euro (2024: 327 duizend euro) voor de jaarrekeningcontrole en subsidiecontroles.

Totaal

364

-

364

(bedragen in € 1.000)

PricewaterhouseCoopers
Accountants N.V.

Overige dienstverlening PricewaterhouseCoopers Netwerk

Totaal 2025

Onderzoek van de jaarrekening

280

-

280

Overige controleopdrachten

84

-

84

Niet controleopdrachten

-

-

-

14.  Financieringsbaten en -lasten

(bedragen in € 1.000)

2025

2024

Rentebaten

-202

-69

Geactiveerde rente op activa in aanbouw

-626

-868

Financieringsbaten

-828

-937

Rentelasten

9.074

11.965

Koersverschillen

11

13

Rente voorzieningen personeelsbeloningen

700

798

Rente leaseverplichtingen

494

295

Bankkosten

22

23

Financieringslasten

10.301

13.094

Netto financieringslasten

9.473

12.157

In 2025 zijn de netto financieringslasten aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2024. Deze afname is het gevolg van een lager rentepercentage dat over het negatieve saldo van de rekening-courant wordt betaald ten opzichte van vorig jaar alsmede de afname van de hoogte van het negatieve saldo gedurende het jaar.